De Koolvlet werkt meer samen door minder te vergaderen

De Koolvlet werkt meer samen door minder te vergaderen


Ellenlange vergaderingen? Daar doet het team van basisschool De Koolvlet niet meer aan. Een uitputtende lijst opstellen met doelen waar het team aan wil werken? Geen sprake van. De school in Broek op Langedijk is dit schooljaar op een andere manier gaan samenwerken en van elkaar gaan leren. “Iedereen is enthousiast. Dit is het ei van Columbus”, zegt directeur Esther van Dortmont.
De Koolvlet werkt volgens de aanpak van Stichting Leerkracht. Het team wilde graag haar visie nastreven: meer samenwerken en meer van elkaar leren. Verschillende experimenten met andere methodes liepen de afgelopen jaren op niets uit. “Deze methode voor onderwijsvernieuwing sluit heel erg aan bij hoe wij willen werken”, aldus Esther.

Haalbare doelen 
Een van de bezwaren van de oude manier van werken was dat vergaderingen lang duurden, maar niet zoveel resultaat hadden. Collega’s die parttime werkten waren er niet altijd bij. Dat zorgde voor minder betrokkenheid. Tijdens studiedagen bedacht het team heel veel mogelijke verbeteringen. “Maar als je bekeek wat we daarvan daadwerkelijk uitvoerden, dan viel dat  eigenlijk tegen”, vertelt Esther.

Sinds dit schooljaar komt het team van De Koolvlet samen in een maandagteam en een donderdagteam. Iedere collega hoort bij een team. In plaats van vergaderingen houden de teams sessies waarin ze kleine, haalbare doelen opstellen: wat vinden zij belangrijk om aan te pakken? Ook maken de leerkrachten gezamenlijk een ontwerp voor een les om de vraag ‘Wat ga ik doen in mijn les om het doel te bereiken?’ vorm te geven. Elke week is er natuurlijk tijd voor evaluatie: het delen van successen en oplossingen.
 
Daarnaast gaan leraren één keer in de twee weken tien minuten bij elkaar op lesbezoek. Esther: “Dat is soms best lastig te organiseren, maar het is heel zinvol. Zo inspireren we elkaar en weten we van elkaar wat er gebeurt in de klassen.”

Werkplezier
“We willen hiermee het werkplezier verbeteren en vergroten”, vertelt de directeur. Het is belangrijk dat de doelen zichtbaar en concreet zijn. Daarom hangen ze in de teamkamer. Een voorbeeld van een doel is dat de leerkrachten willen bereiken dat de kinderen inzicht hebben in hun eigen niveau. Dat wil zeggen dat de kinderen zelf kiezen hoeveel instructie ze nodig hebben bij een bepaalde opdracht. Een ander voorbeeld is leerlingen ermee leren omgaan dat ze niet altijd meteen hun vraag kunnen stellen. “Een leerkracht schrijft nu op het bord: om tien over negen kom ik mijn ronde door de klas maken. De kinderen weten dan dat ze zich tot die tijd zelf moeten redden.”

Ook de leerlingen worden betrokken in het proces door middel van een ‘leerlingarena’. Daarbij voeren twee leerkrachten een gesprek met een groepje leerlingen. Het team zit er in een kring omheen om aandachtig te luisteren. “Door leerlingen te laten vertellen over wat zij belangrijk vinden in het onderwijs en wat goed is en wat beter kan, geef je hen een stem”, zegt Esther. Onlangs werd voor de tweede keer zo’n gesprek gehouden. Iris gaf de leerkrachten mee dat ze het prettig vindt dat ze zelf mag kiezen of ze instructie nodig heeft. “Anders moet ik luisteren naar dingen die niet interessant zijn.” Bas vertelde dat hij het prettig vindt als hij meer tijd krijgt voor de weektaak.

Vleugels
Het team is ontzettend enthousiast over deze aanpak. “Een leerkracht zei zelfs dat zij er vleugels van krijgt”, zegt Esther. Daarnaast ziet ze haar collega’s met heel veel plezier en enthousiasme deelnemen aan de sessies. “We zijn actiever met elkaar aan het denken over onderwijsinhoud en dat is wat we wilden.”